Vroedvrouw aan het woord

Alweer zes jaar geleden postte ik deze blog, maar hij is nog even actueel. Vroedvrouw Claudia van Dijk hield tijdens de algemene ledenvergadering van de KNOV een speech voor de 300 aanwezige vroedvrouwen, waarin ze haar zorgen deelde over de ontwikkelingen binnen de geboortezorg.

'Beste collegae en bestuur,
Een tijdje geleden begeleidde ik een vrouw bij het baren van haar eerste kind, zij wilde graag poliklinisch bevallen. Toen ze me belde had ze drukgevoel, ik was er binnen 5 minuten en 10 minuten na mijn aankomst werd er een mooie zoon geboren. Direct na de geboorte zei ze:'Ik ben zo blij, dit had ik gehoopt, dat we dan niet meer naar het ziekenhuis zouden kunnen.' Deze vrouw was niet bang om thuis te bevallen, maar koos voor het ziekenhuis omdat ze de verantwoordelijkheid niet alleen kon dragen. Iedere ouder en iedere zorgverlener weet dat onzekerheid onderdeel is van het aankomend ouderschap. Wanneer wij door medicalisering de illusie in stand houden dat wij deze onzekerheid kunnen wegnemen, dragen wij actief bij aan het verder versmallen van de maatschappelijke draagkracht. Het betekent in wezen het einde van de keuzevrijheid van de vrouw. Want wat heb je te kiezen als je niet gedragen wordt door je omgeving. De vrouw wordt het lijdend voorwerp van onze goede zorg. 

De KNOV kiest voor ‘integrale zorg’. Wat betekent integraal? Integraal betekent volledig, een geheel zijnde. Integrale zorg betekent dat twee lijnen er één vormen. Ik geloof dat de kracht van een goede samenwerking niet zit in het streven naar één geheel, maar juist in het feit dat de partners vanuit hun eigen kracht en autonomie te werk gaan. Misschien kunnen we het vergelijken met de tweeling. Soms zitten ze samen in één zak en delen ze één koek. Dit is een spannende reis en er is een reële kans dat de één van de ander gaat eten. Is de balans niet veel beter als ze allebei een eigen zak en een eigen koek hebben?! Dienstbaarheid is een grote kwaliteit van de verloskundige, maar deze dienstbaarheid moeten we inzetten voor onze cliënten en niet voor onze collega’s.
Het is één voor twaalf. Kiezen voor het integrale model is een keuze voor een verder gaande medicalisering. Waarom zou het in Nederland anders zijn dan in de rest van de wereld? De keuze voor het intergrale model is een reactieve keuze, het is een keuze om te voorkomen dat we ten onder gaan. Kiezen we ervoor om lijdend voorwerp te blijven van de huidige ontwikkelingen of gaan we onze eigen verantwoordelijkheid nemen? 

Het feit dat verloskundigen en gynaecologen beide streven naar gezonde moeders en babies maakt niet dat ze vanuit dezelfde visie werken. Er is een wezenlijk verschil tussen beide professies en dit verschil moeten we erkennen en respecteren. Misschien vormt dit verschil wel ons bestaansrecht?

Eerst moeten we met elkaar de kern van ons vak definiëren. Socrates vergeleek zijn vak als meester in de filosofie met het vak van zijn moeder, vroedvrouw. Hij ging er vanuit je kunt nadoen en napraten, maar dat echte kennis authentiek is. Hij zag het als zijn taak om zijn leerlingen te helpen om die waarheid, de echte kennis in zichzelf te ontdekken. 
De vrouw is de drager van alle kennis en van het nieuwe leven, zij is degene die weet wat zij nodig heeft. Is het niet onze hoofdtaak om haar te ondersteunen om hier vorm aan te geven? 


Maar hoe doe je dit?
Om onze cliënten te ondersteunen in het luisteren naar zichzelf is het belangrijk om goed naar hen te kijken en luisteren. Wij zijn er om cliënten een veilige omgeving te bieden, waardoor vertrouwen kan groeien en ze gesterkt worden om naar zichzelf te luisteren. 
Een veilige omgeving is hiervoor een voorwaarde, maar is deze er wel? De eerste ontmoeting met de verloskundige zorgverlener richt zich bijna volledig op het in kaart brengen van risico’s. Ik vraag me af wat de invloed is van een dergelijke eenzijdige benadering. We weten dat groei en ontwikkeling gestimuleerd worden door een positieve benadering, maar geldt dit ook niet voor de embryo, de foetus, de baby en de aankomende ouder? Ik denk dat het risicodenken op zichzelf een risicofactor is geworden.

 

Wij moeten onze innerlijke wijsheid aanspreken en zorgen dat we meester blijven over onze instrumenten. Het wetenschappelijk onderzoek, de richtlijnen en protocollen moeten geen handleiding gaan vormen voor zorgverlening, maar moeten dienstbaar blijven aan de cliënt en aan de zorgverlener. Wanneer je de cliënten echt centraal zet dan kies je voor individualisering van de zorg. Dit vraagt een actieve houding van zowel de cliënt als de zorgverlener. 


Wat is er nodig?
We moeten ons realiseren dat we al heel veel in huis hebben. Als verloskundigen zijn wij in staat om de aankomende ouders en het kind vanuit hun heelheid te benaderen. We zijn in staat om onze zintuigen, onze intuïtie, onze kennis en onze ervaring te combineren in ons vak. We zijn een vakgroep bestaande uit met name vrouwen, waaronder vrouwen in de vruchtbare leeftijd, zwangeren, moeders en oma’s. Natuurlijk weten we in ons hart wat er van ons gevraagd wordt. 
Maar hoe moeten wij onze cliënten in hun eigen kracht brengen als wij onze eigen kracht niet erkennen. En hoe moeten we vertrouwen geven als we zelf steeds banger worden. Om vanuit kracht te werken moeten we onze zwakte onder ogen zien. Om vanuit vertrouwen te werken moeten we onze angsten kennen. 

Ik geloof dat we op dit moment op een keerpunt staan en dat we als vroedvrouwen van grote betekenis kunnen zijn. We moeten stoppen met de identificatie met onze collega’s in de tweede lijn (gynaecologen en klinisch verloskundigen, de geboortezorg in het ziekenhuis dus). Het is tijd dat we onze verantwoordelijkheid nemen en dat we vanuit onze eigen identiteit de wereld om ons heen tegemoet treden.'