‘Het verhaal van de geboorte van Jade begint lang voor haar geboortedag. Al voordat ik zwanger werd, was ik van plan om zwanger zijn en bevallen te benaderen als een initiatie: de wijsheid van mijn lichaam eren, bewust contact maken met de baby, aandacht geven aan mijn eigen transformatie naar moederschap. Minne (de vader) steunde mij in deze wens en sowieso waren wij op deze reis gelijkgestemd met betrekking tot alle besluiten. We bereidden ons met onze birthkeeper (soort doula, iemand die naast medische kennis ook een holistische zienswijze heeft) voor op een thuisbevalling – bij voorkeur unassisted en zo natuurlijk mogelijk. We visualiseerden onze ideale geboortereis, bestelden een bevalbad, leerden allerlei behulpzame dingen zoals rebozo, ademwerk, klank, houdingen en ik maakte een mooie muzieklijst om onze baby al dansend en zingend ter wereld te brengen.
De realiteit: stuitligging
Toen ik 37 weken zwanger was, kwamen we er bij de verloskundige achter dat Jade in stuit lag. Zoals bij alle dingen die er in het leven voor mij toe doen, ging ik toegewijd aan de slag om alles te proberen om haar nog te laten draaien. Twee keer per dag allerlei ‘spinning baby’ houdingen, naar het zwembad, koprollen doen vanuit het idee ‘doe wat je wilt dat je baby doet’, moxa therapie bij de acupuncturist en elke dag afstemmen en communiceren met de kleine in mijn buik om erachter te komen waarom ze zo lag en te vragen of ze wilde draaien.
We besloten ‘een versie’ te laten doen om te proberen of Jade wilde draaien. Dit deden we bij een zeer ervaren vrouw. Hoewel haar aanpak liefdevol en afgestemd was, voelde deze ingreep alsnog als pijnlijk en invasief. Jade draaide bijna, maar nét niet. Iets in mij roerde zich ook: ‘Klopt het wel om dit te doen?’
Omdat er nog zoveel ruimte in mijn buik was en de draai fysiologisch dus gewoon zou moeten kunnen, was het advies om een tweede poging te wagen met een extra paar handen. Onze verloskundige had ook ervaring met versies en kwam er de tweede keer bij. Wederom was Jade bijna helemaal gedraaid, maar toen ‘dook ze onder’ en kwam ze weer terecht in haar oude vertrouwde stuithouding. De vrouwen hadden kundig gedaan wat ze konden. Toen Jade iets anders besloot, kon ik eigenlijk niet anders dan me eraan overgeven: dit is de houding waarin zij geboren wilt worden. Ze kan draaien, maar ze wil het niet. Dit wilde ik respecteren. Minne voelde hetzelfde. Van de geadviseerde derde poging zagen wij dus af.
Innerlijke draai
Een flinke emotionele ontlading volgde, want dit betekende dat ik me moest instellen op het in mijn ogen ‘horrorscenario’ om in het ziekenhuis te bevallen. Tot nu toe had ik dit niet als mogelijkheid overwogen. Ik had zelfs geen vluchttas ingepakt, omdat ik dit niet als optie wilde zien. Onbewust dacht ik: ‘Als ik maar genoeg mijn best doe, gaat het precies zoals wij het ons hebben voorgesteld.’ Dit beeld lag nu in diggelen.
Ik besloot dat dit het moment was om te stoppen met ontkennen. Dus maakte ik ruimte voor alles dat gevoeld wilde worden. Ik zie mezelf nog in bad liggen, huilend en bibberend van angst en emotie. Mijn grote verlangen om thuis te bevallen bleek niet alleen vanuit wijsheid te komen, maar ook vanuit angst en controle. Angst voor het ziekenhuis, angst voor interventies die ik niet wilde, angst dat de bevalling onnodig medisch zou worden en ik zelf niet meer ‘in regie’ zou zijn, angst voor een keizersnede. Het toelaten en daarmee loslaten van al die gevoelens maakte ruimte in mij. Ruimte om helder te krijgen wat de juiste volgende stap was.
Ik kwam tot de conclusie: Ik ben een gezonde, zwangere vrouw, met een gezonde baby in mijn buik. Behalve dat de baby ‘andersom’ geboren wil worden, is er niet zoveel aan de hand.
Want hoewel Jade tijdens de tweede versiepoging niet draaide, was er in mij wel iets gedraaid. De versie was best pijnlijk. Maar door ademhaling en mijn stem te gebruiken kon ik heel goed aanwezig blijven bij de pijn, mijn lijf en Jade. Dit gaf mij het vertrouwen dat ik dit ook tijdens de bevalling zou kunnen. Langzaam liet ik de beelden van hoe het zou moeten gaan los en ging ik werkelijk in overgave. Dit maakte me ontvankelijk voor samenwerking: met Jade, mijn lichaam en alle mensen die me bij zouden staan.
Omdat we ons ook bewust waren van de risico’s van stuitgeboorte, besloten we om de bevalling in het ziekenhuis te doen. We gungen op zoek naar een gynaecoloog die ons hierin zou willen begeleiden en die onze wensen wilde respecteren.
‘Project’ natuurlijke stuitbevalling
Ik keek tientallen filmpjes van natuurlijke stuitgeboortes met de intentie om mijn onderbewuste te programmeren dat dit gewoon mogelijk is. Ik deed grondig research om te leren over stuitgeboorte: welke houdingen behulpzaam zijn, wat de verschillen zijn ten opzichte van een kindje dat met het hoofd eerst wordt geboren, welke interventies wanneer noodzakelijk zijn. En Minne en ik maakten samen een uitgebreid geboorteplan.
Juist door deze goede voorbereiding kon ik ‘in overgave gaan’. ‘In regie zijn met de kracht van intentie’ is iets anders dan in regie zijn en het hele proces willen controleren. Als je het hele proces wilt beheersen plaats je hekken, met de kracht van intentie ben je uitnodigend en beïnvloed je een heel systeem. Ook begreep ik dat alle interventies een plek hebben, maar dat de timing en noodzaak ervan wat ons betreft anders zijn dan ‘wat regulier wordt gedaan’. Ik was dankbaar voor bronnen als Breech Without Borders, Vrije Geboorte en Stuitgeboorte Nederland.
Wij deden ook uitgebreid research naar de beste plek om op deze manier te bevallen. Onze birthkeeper, de verloskundige en een aantal bevriende artsen hielpen ons hierbij. Hoewel het OLVG in Amsterdam het meest werd geadviseerd, kozen wij er toch voor om eerst in gesprek te gaan bij het Dijklanderziekenhuis in Hoorn. Omdat we meerdere verhalen hadden gehoord dat ze hier relatief ruimdenkend zijn op het vlak van ‘vrije geboorte’, kregen we hier het beste gevoel bij.
De weg van en-en
Minne en ik bereidden het gesprek met de gynaecoloog uitgebreid voor. We wilden vanuit een ‘en-en perspectief’ in gesprek gaan: enerzijds stevig staan voor onze eigen wijsheid die uitgaat van de kracht en intelligentie van het lichaam en de natuurlijke weg, anderzijds het medisch personeel erkennen in hun expertise. Wetend dat alle mensen in de ruimte dezelfde intentie hebben: een gezond, levend kind geboren laten worden. Over de weg ernaartoe moesten we het nog wel eens worden .
We hadden ons eerste gesprek met een vrouwelijke gynaecoloog. Ik vertelde hoeveel vertrouwen ik had in mijn lijf en baby en dat ik ervan overtuigd was dat dit gewoon op de natuurlijke manier zou moeten kunnen en over hoe ik me had geïnformeerd over wat ik wel en niet wilde tijdens de bevalling. Ook deelde ik mijn kwetsbaarheid: mijn angst voor het ziekenhuis door eerdere ervaringen, angst voor onnodige interventies. Het gesprek was informatief van arts tot patiënt, maar bovenal werd het een gesprek van vrouw-tot-vrouw en ontstond er verbinding.
Zo werden we het niet snel eens over de noodzaak van een elektrode tijdens de bevalling (een schroefje, in dit geval in de bil van de baby, om het hart constant te monitoren). Maar zij was oprecht benieuwd naar de reden waarom wij dit niet wilden. En wij luisterden open naar haar argumenten om het wel te doen. Uiteindelijk zei ze: ‘Ik heb liever dat jullie de bevalling in het ziekenhuis doen en ik meebeweeg met jullie voorwaarden, dan dat jullie je genoodzaakt voelen om het thuis te doen.’ Dat gaf vertrouwen.
De dag na dit gesprek voelde ik opluchting en ontlading. Voor het eerst sinds mijn verlof genoot ik van het zonnetje, de opkomende krokussen in de tuin en voelde ik dat ik er klaar voor was.
De bevalling
De volgende ochtend, een week voor de uitgerekende datum, werd ik om half vijf ’s ochtends wakker. Al voor ik kon opstaan voelde ik iets knappen. Een warme stroom vocht volgde langs mijn been. ‘Schat? Volgens mij zijn mijn vliezen gebroken.’ Minne zat meteen rechtop in bed. ‘Jaaaa, het gaat gebeuren! We gaan Jade ontmoeten!’, zei hij blij.
Om 5 uur kwam er een wee, om 5.15 uur nog eentje. We stuurden onze birthkeeper een bericht. We hadden afgesproken om de eerste fase van de bevalling rustig thuis te doen en pas later naar het ziekenhuis te gaan. Zij zou rond een uur of 8 onze kant op komen. Ook stuurde ik een berichtje in de ‘mother blessing whatsapp groep’ met mijn beste vriendinnen, die een kaarsje zouden aansteken tijdens de bevalling.
Dat was het laatste wat ik kon doen vanuit een soort handelingsbekwaamheid. Daarna werden de weeën heftiger en kwamen ze sneller achter elkaar, al snel om de vijf minuten.
Ik ontdekte wederom dat geluid maken mij hielp om de kracht die door mij heen bewoog te kanaliseren en wisselde af van matras naar wc, in verschillende houdingen. We dachten dat we nog alle tijd hadden.
Iets voor 8 uur belde de birthkeeper om te vragen hoe het ging. Op de achtergrond hoorde ze mijn geluiden waarop ze zei: ‘Rijd nu naar het ziekenhuis, ik rijd direct daarheen.’ Met moeite kwam ik de trap af en terwijl Minne de laatste spullen pakte, ving ik nog een wee op in de woonkamer. Later op weg naar de auto nog eentje, midden op straat leunend tegen de auto van de buurvrouw.
Rond 8.15 uur reden we richting Hoorn vanuit onze woonplaats Bergen, een rit van ongeveer 35 minuten. Gelukkig was het zaterdag en was er weinig verkeer. Nadat we zo’n 10 minuten onderweg waren, werden de weeën heftiger. Achteraf waren dit al persweeën.
Op de een of andere manier vond ik een houding (ik zat voorin) waarbij ik mijn bekken omhoog hield, mijn benen aanspande en een geluid maakte dat een soort mix was tussen operazang en oerkreten. Met mijn linkerhand kneep ik Minne zijn hand fijn. Zo kon ik het nog wonderbaarlijk goed opvangen. ‘Rijd maar door rood als het even kan, die boete betalen we gewoon!’, riep ik bij elk stoplicht. Toen we Hoorn binnen reden, voelde ik iets in mijn geboorte kanaal. ‘Fuck, ze komt nu al,’ zei ik. ‘Dit gaat ons toch niet gebeuren, een geboorte in de auto, dit kan niet!,’ dacht ik in paniek. Ik zei tegen Jade: ‘Heel even geduld schatje, je bent zo welkom maar deze plek is niet handig.’ ‘Nog vijf minuten, we zijn er bijna,’ zei Minne. Hij belde meteen onze birthkeeper, die inmiddels in het ziekenhuis was en het medisch personeel informeerde.
We scheurden het parkeerterrein op. Uit de hoofdingang zag ik onze birthkeeper aan komen rennen met een aantal andere mensen in witte jassen. Ik was ondertussen een perswee aan het opvangen. Het zou een scène uit een film kunnen zijn geweest, dacht ik later. Onze birthkeeper en de verloskundige van het ziekenhuis, hielpen me uit de auto. Blijkbaar heb ik nog gezegd: ‘Ik kan wel lopen.’ En leunend tussen hen in wist ik op de een of andere manier de lift in te komen. Ik had meteen een goed gevoel bij de verloskundige van het ziekenhuis. Ze was geaard, rustig en had duidelijk ons geboorteplan gelezen. Dat hielp me ontspannen.
Om 8.54 uur waren we in de kamer van het ziekenhuis die voor ons gereserveerd was. ‘Wil je het bad aanzetten?’, vroeg ik nog. Later zei de verloskundige dat ze dacht dat ik dat bad nooit zou halen. Maar om mij gerust te stellen had ze het toch even aangezet.
Ik stond bij het voeteneinde van het bed en riep meteen: ‘Mijn broek moet uit, ze komt!’ Tegelijkertijd dacht ik: ‘Oh nee, Minne is er nog niet, ze wordt toch niet geboren zonder dat hij erbij is?!’ Want Minne was de auto nog aan het parkeren.
Twee minuten later werd haar voetje geboren. Tijd om te discussiëren over monitoring en de eerder genoemde elektrode, was er dan ook niet. Ik klom op het bed, om op handen en knieën verder te gaan. ‘All fours’ noemen ze deze houding die wordt aangeraden bij een stuitbevalling omdat je zo veel ruimte maakt in het bekkengebied.
Om 9.02 uur kwam de dienstdoende, mannelijke gynaecoloog zich netjes aan mij voorstellen. Iemand anders dan de vrouw uit de voorgesprekken bij wie ik me zo opgelucht en veilig had gevoeld. Ik schrok en flapte dat er ook meteen uit: ‘Ik schrik van je, wil je wat afstand nemen? Sociaal wenselijk gedrag valt blijkbaar weg tijdens het baren. Mijn duidelijkheid kwam over. ‘Was mijn komst niet aangekondigd?, zei hij geschrokken. Ik ging hier niet meer op in en focuste mij weer op mijn lijf.
Ik kreeg wel weeën, maar nadat het voetje van Jade geboren was, was er een tijdje geen beweging. Het gebrek aan monitoring én de stuitligging maakten dit extra spannend voor de gynaecoloog. Dit maakte dat hij rond 9.04 uur constateerde dat het niet goed ging.
Omdat ik op handen en knieën zat en totaal in een ander bewustzijn was, had ik dit gelukkig niet door. Ik had het grootste deel van de tijd alleen contact met de birthkeeper en de verloskundige van het ziekenhuis aan mijn hoofdeinde. Voor mijn gevoel waren zij het meest in verbinding met het geboorteproces, de baby en mij. Achteraf bleken zij de twee mensen in de ruimte die ook het meeste verstand hadden van een stuitbevalling. Tijdens de bevalling heb ik eigenlijk alleen hun suggesties opgevolgd. Geweldig hoe sterk het onderscheidingsvermogen werkt als je in zo’n oerstand van bevallen bent.
De gynaecoloog zat in een wisseling van de wacht, dus er kwam ook nog een andere dienstdoende arts aan mijn bed staan. Zij gaf aan dat ik geen geluid moest maken omdat dat teveel energie kostte. ‘Geluid maken helpt me, dus laat me!’, riep ik waarna ik nog een oerkreet uitsloeg.
Inmiddels was er sinds de geboorte van het voetje al zes minuten geen beweging, terwijl ik wel weeën had. ‘We gaan haar op haar rug leggen,’ hoorde ik de mannelijke gynaecoloog achter mij zeggen. De gynaecoloog had de rol om in te grijpen wanneer het echt precair zou worden. Dat begreep ik heel goed. Maar waarom op mijn rug? Dit was een van mijn doemscenario’s. Het is funest bij een stuitbevalling omdat je dan veel minder ruimte hebt in het bekkengebied. En op een dieper niveau voelde ik: als ik nu op mijn rug ga liggen, geef ik de regie uit handen. Dan neemt een man mijn bevalproces over, terwijl ik daar, letterlijk op mijn rug, in de meest weerloze houding terechtkom. Dat mocht niet gebeuren.’No fucking way,’ dacht ik strijdlustig.
Achteraf hoorde ik dat er op dat moment enorm veel paniek achter mij was. De gynaecoloog had geconstateerd dat het niet goed ging met de baby. Later hoorden wij dat dit kwam omdat er geen monitoring was. In combinatie met de zes minuten stagnatie en stuitligging gaan ze dan van het ergste uit om de risico’s zoveel mogelijk te beperken. Het was alle hens aan dek en ineens waren er tien mensen op de kamer, waaronder een extra gynaecoloog, verpleegkundigen en een kinderarts. Gelukkig had ik dit allemaal niet in de gaten omdat ik op handen en knieën zat en alleen contact had met de twee vrouwen die met mij ‘in the zone’ waren en wel vertrouwen hadden dat het goed ging.
‘Nee, nog één keer proberen,’ zei de verloskundige. Ze deed de suggestie voor een andere houding waarmee je nog meer ruimte in het bekken maakt. De startershouding, die ik gelukkig eerder had geoefend bij onze haptonoom, dus ik wist meteen wat ik moest doen. De birthkeeper pakte mijn rechterhand en keek me aan. ‘Oké Elisabeth, persen nu, met alles dat je in je hebt.’ Mijn persdrang was namelijk gestopt.
Wat volgde was zo’n indrukwekkend moment van natuurlijke oerkracht en magie. Het voelde alsof de kracht van alle vrouwen die mij voorgingen, mijn voormoeders, door mij heen kwam. En ik voelde de aanwezigheid van de vrouwen die bij mijn mother blessing waren. Ik voelde me zo gesteund en omringd door alle vrouwen (en dat op internationale vrouwendag). Zo kon ik met een enorme kracht, op eigen kracht, persen. En daar kwam Jade met haar hele lijfje eruit, ze maakte perfect de draai die ze moest maken. ‘Ja! Heel goed!’, hoorde ik achter me. ‘Ze beweegt!’, riep Minne bemoedigend.
In plaats van haar kin op de borst te hebben, had Jade haar hoofdje naar achteren, waardoor ze bleef hangen. Dit gebeurt vaker bij een stuitligging en moet niet te lang duren wegens het risico op zuurstofgebrek. Wat hierop volgde, heb ik later grotendeels van Minne gehoord die achter mij stond en alles breder waarnam. De verloskundige, deed een manoeuvre door op de schouders van Jade te duwen, om te zorgen dat haar hoofdje naar haar borst zou bewegen. Dit had niet het gewenste effect. Vervolgens deed de mannelijke gynaecoloog een manoeuvre, waardoor het hoofdje van Jade met haar kin naar haar borst bewoog. En zo werd Jade geboren om 9:09 uur een kwartier na aankomst in de ziekenhuiskamer. De ingreep van de gyneacoloog had gemaakt dat ze zachtjes op het bed terecht kwam. Echter, ze lag slap en stil.
Van de vele bevalvideo’s die ik ter voorbereiding heb bekeken, had ik er eentje op de een of andere manier twee keer gezien: een kindje dat thuis geboren wordt en de eerste minuut nog niet ademt. ‘Sommige kindjes hebben langer nodig om te landen. Er zijn dingen die je dan zelf kunt doen, zoals het slijm uitzuigen en haar rustig op haar ruggetje aaien,’ had onze birthkeeper uitgelegd. In het filmpje zag ik hoe de moeder dit deed bij haar kindje en was ik onder de indruk van hoe rustig ze bleef. Om deze reden hadden wij in het bevalplan opgenomen dat we graag één minuut de tijd zouden willen krijgen om de baby te laten landen, alvorens er interventies gedaan zouden worden. Dit schijnt overigens ook protocol te zijn in de meeste ziekenhuizen.
Dus daar lag Jade op het ziekenhuisbed onder mij, slap en stil. ‘Ik wil haar nu hebben!’, riep de kinderarts, die bij de tafel stond met alle medische apparatuur. ‘Ja, afnavelen, nu!’ riep de mannelijke gynaecoloog met de schaar al in zijn hand.
‘Wacht, moeder heeft nog geen akkoord gegeven!’, zei de birthkeeper, terwijl ze de gynaecoloog tegenhield. Omdat alle paniek achter mij was en ik volledig in afstemming was met Jade en mijn lijf, voelde ik helemaal geen angst. Ik voelde dat het goed ging met Jade en dat er niet zoveel aan de hand was. Een gevoel van liefde en ontroering overheerste en ik pakte haar op. ‘Hee kleine, ben je daar, welkom,’ zei ik terwijl ik haar vasthield en over haar rug aaide. Ik zette mijn mond op haar neusje en mondje en zoog flink wat slijm uit, dat ik naast mij op de grond uitspuwde. Een enorm oermoment. Daarop opende ze haar ogen, keek mij aan en begon te huilen. Ze kreeg snel meer kleur, het ging goed met haar, ze leefde, ze was bij ons, onze mooie, krachtige dochter Jade Eloïse.
In het geboorteplan hadden we aangegeven dat we de navelstreng graag intact wilden houden voor een lotusgeboorte. Daarnaast ben ik mij bewust van de grote impact die je eerste momenten op aarde hebben op de rest van je leven. Ik wilde Jade zo graag een liefdevol welkom geven in de vertrouwde armen van mama of papa. Hoe anders is een aanraking van handen in plastic handschoenen die controleren of alles wel goed met je is? Ik ben dus ontzettend dankbaar dat het zo is gegaan.
Jade kreeg apgar score 7-9-10, voor een stuitgeboorte heel goed! De kinderarts kwam nog even naar haar hartje luisteren en al het medisch personeel verliet de kamer om ons rustig bij te laten komen. Jade vond al snel mijn borst en begon te drinken. Een kwartiertje later leek het of na alle tumult, het besef nog dieper doordrong dat onze dochter er was en dat alles goed ging. Huilend van liefde, ontlading en ontroering zaten Minne en ik bij elkaar, Jade huid op huid op mijn borst. Een half uur later werd de placenta geboren.
We lagen nog drie uur bij te komen in de ziekenhuiskamer, met z’n drietjes. Met een gevoel van vreugde en opluchting smulden we van onze eerste beschuit met muisjes. De verloskundige kwam nog terug om te vertellen dat we het zo ontzettend goed gedaan hadden en dat we trots mochten zijn op onszelf. Iemand anders van het medisch personeel zei nog: ‘Dit is de toekomst, dat de ouders in regie blijven tijdens de bevalling, in samenwerking met het medisch personeel.’
Initiatie
Veel van waar ik bang voor was bij een bevalling in een ziekenhuiscontext, is gebeurd. Maar ik heb daarop kunnen reageren zoals ik had gewild. Dat lukte doordat ik in contact stond met mijn lichaam, Jade, Minne, onze birthkeeper en de welwillende deskundigen om me heen. Zo kon ik zelf in regie én in overgave blijven. Ik kijk zodoende op de bevalling terug als een bekrachtigende ervaring. Ik heb zoveel respect gekregen voor de intelligentie van mijn lichaam. Dat ik op het moment suprême zo helder en krachtig kon zijn, geeft veel zelfvertrouwen. Het voelt alsof we ondanks én dankzij het ziekenhuis door het oog van de naald zijn bewogen.
Enorm dankbaar ben ik voor de begeleiding van onze birthkeeper. Tijdens de zwangerschap heeft ze me begeleid om steeds weer terug te komen bij mijn eigen kracht en wijsheid. Tijdens de bevalling gaf ze mij cues die hielpen het juiste te doen.
En ik ben dankbaar voor Minne, de man naast mij en de vader van Jade. De man die vanaf het begin vertrouwen had in het oerweten van mijn lijf me daarin in steunde. De man die tijdens de bevalling alle paniek in de ruimte bij mij weg wist te houden waardoor ik rustig in mijn eigen bubbel kon blijven en het bevalproces nauwelijks verstoord is.
Ook ben ik heel dankbaar voor de verloskundige van het ziekenhuis met haar kennis van stuitbevallingen en haar begeleiding. Ik ben ook dankbaar voor de mannelijke gynaecoloog, die met zijn opmerking ‘we gaan haar op haar rug leggen’ mij activeerde om alles te doen om dat te voorkomen. En natuurlijk omdat hij een belangrijke handeling deed waardoor Jade snel geboren werd.
Ook ben ik dankbaar voor onze geweldige dochter Jade, die op haar eigen wijze geboren wilde worden en mij daarmee al zoveel belangrijke lessen leerde: meebewegen, in verbinding gaan in plaats van uitsluiten en zo de weg van ‘en-en’ bewandelen. En ik ben dankbaar dat ze zo snel haar weg naar buiten wist te vinden.
Bovenal ben ik dankbaar voor mijn lichaam: het wist precies de weg.
En voor mijzelf. Hoe ik me kon overgeven aan de kracht en wijsheid die door mij heen bewoog tijdens de bevalling. Hoe toegewijd ik me heb voorbereid, waardoor ik het zelfvertrouwen en de assertiviteit had te doen wat voor mij waar was.
Volkeren die nog in contact leven met de wijsheid van de natuur zien de bevalling als een initiatie: er wordt niet alleen een baby geboren, maar ook een moeder. Met recht kan ik zeggen dat dit voor mij zo was. Een levensveranderende ervaring die mijn autoriteit van buiten naar binnen heeft bewogen.‘
Elisabeth, deelnemer van de Vrije Geboorte cursus








0 reacties op "Vrije stuitbevalling in het ziekenhuis"